
Maren groeit op met een vader die haar de wonderen van het heelal leert kennen. Hij wakkert haar fantasie aan en laat haar dromen over verre sterren en onbekende planeten. Tot hij op een dag, zonder enige waarschuwing, verdwijnt. Maren is amper acht jaar oud en blijft achter met een leegte die zich niet zomaar laat vullen. Het geluk lijkt plots verder weg dan ooit. Jaren later is Maren volwassen en reist ze voor haar werk de wereld rond. Toch blijft haar vader haar achtervolgen. De sporen die hij heeft nagelaten, laten haar niet los. Wat begint als een zoektocht naar haar verdwenen vader, groeit uit tot een bijna obsessieve drang om te begrijpen wat er is gebeurd en om de puzzelstukjes van haar verleden in elkaar te passen.
Dimitri Bontenakel is geen veelschrijver, maar wanneer hij een boek publiceert, is dat er zelden zomaar eentje. Ook De eerste vrouw op de maan laat zich niet in enkele zinnen vatten. Bontenakel plaatst de fantasierijke blik van een kind tegenover de soms meedogenloze werkelijkheid waarin datzelfde kind moet opgroeien. Dromen en herinneringen botsen met de realiteit, terwijl de grenzen tussen wat was, wat is en wat misschien alleen maar bestaat in onze verbeelding, steeds minder scherp lijken.
Het is een boek dat je niet altijd comfortabel laat voelen. Het schuurt, roept vragen op en raakt aan iets wat moeilijk onder woorden te brengen is. Achter het verhaal gaan verschillende lagen schuil, die je uitnodigen om verder te kijken dan wat er op het eerste gezicht staat. Wat drijft Maren in haar zoektocht? Hoe betrouwbaar zijn onze herinneringen, en in hoeverre kleuren verlangen en gemis de manier waarop we naar het verleden kijken? Het subtiele vleugje magisch realisme voegt daar nog een extra dimensie aan toe. Niet alles hoeft verklaard te worden. Soms schuilt de betekenis juist in wat tussen de regels blijft hangen.
En dan is er nog de schrijfstijl. Bontenakel schrijft warm en beeldrijk, met een rijkdom die het verhaal niet alleen tot leven brengt, maar je ook uitnodigt om er wat langer in te blijven vertoeven. Het is zo’n boek dat zich niet meteen helemaal prijsgeeft en dat ook na het omslaan van de laatste bladzijde nog blijft nazinderen.
Bovendien leent De eerste vrouw op de maan zich uitstekend voor een leesclub. De gelaagdheid van het verhaal biedt alle ruimte voor uiteenlopende interpretaties en diepgaande gesprekken. Want misschien is dat wel de grootste verdienste van dit boek: dat het niet alleen een verhaal vertelt, maar je ook aan het denken zet over wat je zelf leest, voelt en erin herkent.
Een boek om te lezen, te laten bezinken en vooral om over na te praten. Een aanrader!
